zij zeggen: waar is de koning der Judeeërs die is voortgebracht?- want wij hebben zijn ster gezien in het oosten en zijn gekomen om hem te huldigen!
3
Maar als koning Herodes dat hoort is hij geschokt, en heel Jeruzalem met hem.
4
Hij brengt alle heiligdomsoversten en schriftgeleerden van de gemeenschap samen, en heeft bij hen nagevraagd: waar wordt de Gezalfde geboren?
5
Zij zeggen tot hem: in Betlehem in Judea; want zo is geschreven door de profeet:
6
en jij, Betlehem, land van Juda, jij bent geenszins de kleinste onder de leiders van Juda; want uit jou zal een leidsman voortkomen die herder zal zijn over mijn gemeente Israël (Micha 5,1-3)!
7
Dán roept Herodes in het verborgene de magiërs en doet bij hen nauwkeurig navraag naar de tijd dat de ster is gaan schijnen.
8
Hij stuurt hen naar Betlehem en zegt: trekt verder en vorst nauwkeurig na over het jongetje; en als ge het vindt, verkondigt dat mij, opdat ook ík kan komen om het hulde te bewijzen!
9
Gehoor gevend aan de koning trekken zij verder; en zie, de ster die zij in het oosten hebben gezien is hun vooruitgegaan totdat hij komt en blijft staan boven waar het jongetje is geweest.
10
Als zij de ster zien verheugen zij zich met zeer grote vreugde.
11
Ze komen het huis binnen en zien het jongetje, mét Maria, zijn moeder, en neervallend bewijzen zij het hulde; ze openen hun schatkisten en bieden hem geschenken aan: goud, wierook en mirre (Jes. 60,6).
12
En in een droom gewaarschuwd om niet terug te buigen naar Herodes wijken zij langs een andere weg uit naar hun uitwijkstreek.