Instellingen

14


gíj zijt het licht der wereld;

een stad die bovenop een berg ligt
is niet bij machte verborgen te blijven;

15


ook steken ze geen lamp aan

en zetten die onder de korenmaat;
nee, op de lampvoet,
en dan straalt hij
voor allen in het huis;

16


zo moet uw licht stralen

voor de mensen,
opdat zij uw goede werken zien
en uw Vader verheerlijken
die in de hemelen is!

17


Meent niet dat ik ben gekomen

om de Wet of de profeten los te maken;
ik ben niet gekomen om los te maken,
nee, om te vervullen;

18


want amen is het, zeg ik u,

totdat de hemel voorbijgaat en de aarde,
zal er niet één jota of één haaltje
uit de Wet voorbijgaan,
totdat alles is geschied;

19


al wie dus één van deze kleinste geboden

losmaakt en zó de mensen onderricht,
zal tot kleinste worden uitgeroepen
in het koninkrijk der hemelen;
maar al wie ze zal doén en onderrichten,
zal tot groot worden uitgeroepen
in het koninkrijk der hemelen;

20


want ik zeg u

dat als uw gerechtigheid
niet overvloedig is,
meer dan die van
de schriftgeleerden en Farizeeërs,
gij echt niet binnenkomt
in het koninkrijk der hemelen!