Instellingen

6


maar jij, wanneer je bidt,

kom je binnenkamer in,
sluit je deur en bid tot je Vader
die er is in het verborgene;
en je Vader die
in het verborgene kijkt
zal je ervoor teruggeven;

7


bidt niet met een

stortvloed van woorden
zoals die uit de volkeren;
want zij denken dat zij
door hun vele woorden
verhoord zullen worden;

8


wordt hun dan niet gelijk;

want God, uw Vader, weet
waaraan ge gebrek hebt
vóórdat ge hem iets vraagt;

9


bidt dan zó, gij:

Vader over ons in de hemelen,
geheiligd worde úw naam;

10


kome úw koninkrijk,

geschiede úw wil
als in hemel ook op aarde;

11


ons nodige brood,

geef ons dat heden;

12


en vergeef ons

onze schulden,
zoals ook wíj vergeven hebben
ónze schuldenaren;

13


en breng ons niet in beproeving,

nee, ontruk ons aan het boze!