Zoals geschreven staat in de profeet Jesaja: ‘zie, ik zend mijn aankondiger voor je aanschijn uit, die je weg bereiden zal;
3
de stem van een die roept in de woestijn: bereidt de weg van de Heer, maakt zijn paden recht!’ (Mal. 3,1; Jes. 40,3)–
4
geschiedt het dat Johannes de Doper in de woestijn een doop van bekering predikt tot vergeving van zonden.
5
Tot hem is uitgelopen heel de landstreek Judea en de Jeruzalemmers allemaal, en zij hebben zich door hem laten onderdompelen in de rivier de Jordaan, onder belijdenis van hun zonden.
6
Hij, Johannes, is geweest: gehuld in kamelenharen met een leren gordel om zijn lende, en een eter van sprinkhanen en wilde honing.
7
Hij predikte en zei: op komst is hij die sterker is dan ik, na mij; ik ben niet toereikend om te bukken en de riemen van zijn onderbindsels los te maken;
8
ik heb u gedoopt met water, maar hij zal u dopen met heilige Geest!
9
En het geschiedt in die dagen dat komt: Jezus, vanaf Nazaret in Galilea, en dat hij zich door Johannes laat onderdompelen in de Jordaan.
10
En meteen als hij opklimt uit het water ziet hij de hemelen scheuren en de Geest op hem neerdalen als een duif.
11
En er geschiedt een stem uit de hemelen: ‘jij bent mijn zoon, de geliefde, in jou kreeg ik welbehagen!’ (Ps. 2,7; Jes. 42,1)
12
En meteen drijft de Geest hem uit, de woestijn in.
13
Hij is in de woestijn geweest, veertig dagen lang beproefd door de satan; hij is bij de (wilde) dieren geweest, ook hebben de aankondig-engelen hem bediend.