Ze zijn versteld geweest over zijn onderricht, want in zijn onderricht is hij geweest als een die gezag heeft, en niet zoals de schriftgeleerden.
23
Meteen is er in hun samenkomst een mens geweest, behept met een onreine geest; die krijst
24
en zegt: wat is er tussen ons en jou, Jezus Nazarener!- ben je gekomen om ons te vernietigen?- ik wéét van jou wie je bent: de heilige van God!
25
Jezus straft hem af en zegt: zwijg jij, en kom uít hem!
26
De onreine geest laat hem stuiptrekken en stemheffend met grote stem gaat hij uit hem weg.
27
Allen zijn zó verbaasd dat zij samen (ruzie) zoeken; ze zeggen: wat is dit?- een nieuw onderricht, met gezag!, en draagt hij de onreine geesten iets op, dan gehoorzamen ze hem!
28
En dit ongehoorde over hem komt meteen naar buiten overal heen, heel het ommeland van Galilea in.