Instellingen

29


Meteen als ze uit de samenkomst komen,

komen ze het huis van
Simon en Andreas binnen,
met Jakobus en Johannes.

30


Maar Simons schoonmoeder lag neer

in koortsvuur;
meteen spreken ze hem over haar aan.

31


Hij komt (op haar) toe,

grijpt de hand vast en wekt haar op.
De vuurgloed laat haar los
en zij is hen gaan bedienen.

32


Als het later wordt,

wanneer de zon zakt,
zijn ze tot hem gaan brengen
allen die het kwalijk hebben
en die door demonen bezeten zijn;

33


heel de stad is zich gaan verzamelen

bij de deur.

34


Hij geneest vélen die het kwalijk hebben

door allerlei ziektes,
en werpt vele demonieën uit,-
en laat niet toe
dat de demonieën uitspreken
dat zij van hem weten.

35


Heel vroeg, als het nog nacht is,

staat hij op, gaat (de stad) uit
en gaat naar een plek in de woestijn;
dáár heeft hij gebeden.

36


Simon en die bij hem zijn volgen hem,

37


en als ze hem vinden, zeggen ze tot hem:

allemaal zoeken ze u!

38


En hij zegt tot hen:

laten we ergens anders heen gaan,
naar de aan te houden dorpssteden,
opdat ik ook dáár kan prediken;

39


want dáárvoor ben ik er op uitgegaan!

Al predikend in hun samenkomsten
komt hij in heel Galilea,
terwijl hij ook de demonieën uitwerpt.