En meteen als hij opklimt uit het water ziet hij de hemelen scheuren en de Geest op hem neerdalen als een duif.
11
En er geschiedt een stem uit de hemelen: ‘jij bent mijn zoon, de geliefde, in jou kreeg ik welbehagen!’ (Ps. 2,7; Jes. 42,1)
12
En meteen drijft de Geest hem uit, de woestijn in.
13
Hij is in de woestijn geweest, veertig dagen lang beproefd door de satan; hij is bij de (wilde) dieren geweest, ook hebben de aankondig-engelen hem bediend.