Toen hij een weg op vertrok, snelde er één toe, en voor hem op de knieën vallend heeft hij hem gevraagd: goede meester, wat moet ik doen om eeuwigheidsleven te beërven?
Maar Jezus zegt tot hem: wat noem je mij goed?- niemand is goed, behalve één: God;
19
de geboden weet je: je zult niet moorden, je zult geen overspel begaan, je zult niet stelen, je zult niet met leugens getuigen, je zult niet beroven, eer je vader en je moeder!
20
Maar hij brengt tot hem uit: leermeester, al deze dingen heb ik bewaakt van mijn jeugd af!
21
Jezus kijkt hem aan, krijgt hem lief en zegt tot hem: één ding ontbreekt je; ga heen, zoveel je hebt, verkoop het en geef het aan de armen, en je zult een schat in de hemel hebben; dan hierheen: volg mij!
22
Maar bij dat woord wordt hij treurig en bedroefd gaat hij weg, want hij is iemand geweest die vele bezittingen heeft.