Instellingen

23


Jezus kijkt rond

en zegt tot zijn leerlingen:
hoe moeilijk zullen
wie het nodige hebben
het koninkrijk van God binnenkomen!

24


De leerlingen

hebben zich verbaasd over zijn woorden.
Maar ten antwoord zegt Jezus
wéér tot hen: kinderen, hoe moeilijk is het om
in het koninkrijk van God binnen te komen!-

25


makkelijker is het dat een kameel

door het oog van de naald komt
dan dat een rijke binnenkomt
in het koninkrijk van God!

26


Maar zij zijn uitermate verslagen geworden

en zeggen bij zichzelf:
wie is bij machte te worden gered?

27


Jezus kijkt hen aan en zegt:

bij mensen is dat onmogelijk,
echter niet bij God; ‘alle dingen zijn immers
mogelijk bij God’ (Gen. 18,14)!