Instellingen

46


Ze komen in Jericho aan.

Als hij uit Jericho vertrekt,
met zijn leerlingen
en een behoorlijke schare,
is de zoon van Timeüs, Bartimeüs,
een blinde bedelaar, gaan zitten langs de weg.

47


Als hij hoort

dat Jezus de Nazarener er is,
begint hij te schreeuwen en te zeggen:

48


zoon van David, Jezus,

ontferm je over mij!
En velen hebben hem bestraft,
opdat hij zou zwijgen;
maar hij schreeuwt dan des te meer:
zoon van David, ontferm je over mij!

49


Jezus blijft staan en zegt: roept hem!

Dan roepen zij de blinde;
ze zeggen tot hem:
vat moed, waak op, hij roept je!

50


Hij werpt zijn kleed af,

springt op zijn voeten
en komt naar Jezus toe.

51


Ten antwoord zegt Jezus tot hem:

wat wil je dat ik voor jou zal doen?
De blinde zegt tot hem:

rabboeni, dat ik kan kijken!

52


Jezus zegt tot hem:

ga heen, je geloof heeft je gered!
En meteen kan hij kijken,
en hij is hem gevolgd op de weg.