Instellingen

15


Ze komen Jeruzalem binnen.

En als hij het heiligdom binnenkomt
begint hij met het uitwerpen van
wie in het heiligdom kopen en verkopen;
de tafels van de wisselaars
en de stoelen van wie de duiven verkopen
keert hij om,

16


en hij laat niet toe

dat iemand gereedschap
door het heiligdom draagt.

17


Hij heeft daarover onderricht gegeven

en tot hen gezegd:
is er niet geschreven
‘mijn huis zal tot huis van gebed
worden geroepen voor alle volken’ (Jes. 56,7)?-
maar wat júllie ervan hebben gemaakt
is ‘een rovershol’ (Jer. 7,11)!

18


Dat horen de heiligdomsoversten en de

schriftgeleerden,
en ze zijn ernaar gaan zoeken
hoe ze hem kunnen ombrengen;
want ze zijn hem gaan vrezen,
want heel de schare is ontsteld geweest
over zijn onderricht.

19


Toen de schemering aanbrak

zijn ze weggetrokken, de stad uit.