Instellingen

13


Dan zenden ze tot hem

enkelen van de Farizeeƫrs en de Herodianen,
om hem op een woord te vangen.

14


Die komen en zeggen tot hem:

leermeester, we weten
dat u waarachtig bent
en u over niets bekommert;
want u kijkt niet het aanschijn van mensen aan,
nee, u leert in waarachtigheid de weg van God;
is het geoorloofd
aan Caesar belasting af te geven, of niet?-
moeten wij afgeven of niet afgeven?

15


Maar hij beseft hun onderhuidse oordeel

en zegt tot hen:
waarom stelt ge mij op de proef?-
brengt me een dinar, ik wil hem zien!

16


Zij brengen er een. Hij zegt tot hen:

van wie is deze beeltenis en het opschrift?
Zij zeggen tot hem: van Caesar!

17


Dan zegt Jezus tot hen:

geeft aan Caesar af wat van Caesar is
en aan God wat van God is!
Ze hebben zich verwonderd over hem.