het is als met een mens buitenslands: hij laat zijn huis achter, geeft zijn dienaren de volmacht, aan ieder zijn werk en de deurwachter gebiedt hij om wakker te zijn;
35
blijft dan wakker, want ge weet niet wanneer de heer des huizes komt, óf laat, óf middernacht, óf bij het hanengekraai óf vroeg,-
36
opdat hij, als hij plotseling komt, u niet slapende zal vinden;
37
maar wat ik tot ú zeg, zeg ik tot allen: blijft wakker!