maar gij, kijkt uit voor uzelf; ze zullen u overgeven aan sanhedrins en samenkomsten; ge zult worden mishandeld en voor stadhouders en koningen worden opgesteld vanwege mij, tot een getuigenis voor hen;
en aan al de volkeren moet eerst de aankondiging worden gepredikt;
11
en wanneer ze u wegvoeren en u overgeven, weest niet bezorgd wat ge zult uitspreken, nee, wat u in dat uur zal worden gegeven, spreekt dat uit; want niet gíj zijt het die spreekt nee, de heilige geestesadem;
12
een broeder zal een broeder overgeven ter dood en een vader een kind, en ‘kinderen zullen opstaan tegen ouders’ (Micha 7,6) en hen doden;
13
ge zult (mensen) zijn die worden gehaat door allen, vanwege mijn naam; maar wie volhardt ten einde toe, die zal worden gered;