Instellingen

9


maar gij, kijkt uit voor uzelf;

ze zullen u overgeven
aan sanhedrins en samenkomsten;
ge zult worden mishandeld
en voor stadhouders en koningen
worden opgesteld vanwege mij,
tot een getuigenis voor hen;

10


en aan al de volkeren moet eerst

de aankondiging worden gepredikt;

11


en wanneer ze u wegvoeren

en u overgeven, weest niet
bezorgd wat ge zult uitspreken,
nee, wat u in dat uur
zal worden gegeven, spreekt dat uit;
want niet gíj zijt het die spreekt
nee, de heilige geestesadem;

12


een broeder zal een broeder

overgeven ter dood
en een vader een kind,
en ‘kinderen zullen opstaan tegen ouders’

(Micha 7,6)

en hen doden;

13


ge zult (mensen) zijn

die worden gehaat door allen,
vanwege mijn naam;
maar wie volhardt ten einde toe,
die zal worden gered;