Instellingen

26


Zij lofzingen

en trekken uit naar de Berg der Olijven.

27


Dan zegt Jezus tot hen:

ge zult allen struikelen,
omdat geschreven is:
zal ik de herder slaan,
dan zullen ook de schapen
worden verstrooid (Zach. 13,7)!-

28


echter, nadat ik ben opgewekt

zal ik u voorgaan naar Galilea!

29


Maar Petrus brengt tot hem uit:

al zullen ook allen struikelen,
ík echt niet!

30


Dan zegt Jezus tot hem:


amen is het, zeg ik je,

dat jíj heden, in deze nacht,
voordat de haan twee keer kraait,
mij drie keer zult verloochenen!

31


Maar nadrukkelijk heeft hij uitgesproken:

al moet ik samen met u sterven,
ik zal u nooit verloochenen!
Evenzo hebben ook allen gezegd.

32


Ze komen bij een stukje grond

met de naam Getsemanee,
en hij zegt tot zijn leerlingen:
zit hier neer
totdat ik heb gebeden!

33


Hij neemt Petrus, Jakobus

en Johannes met zich mee,-
en begint verbaasd en angstig te worden;

34


hij zegt tot hen:

mijn ziel is diepbedroefd, ten dode toe;
blijft hier en blijft wakker!

35


Een klein (stukje) verdergegaan

is hij ter aarde gevallen
en heeft gebeden dat, als het mogelijk was,
de ure aan hem voorbij zou gaan,

36


en hij heeft gezegd:

Abba, Vader,
alles is mogelijk voor u;
draag deze drinkbeker van mij weg!-
echter, niet wat ík wil,
echt: wat gíj!…

37


Hij komt en vindt hen slapend,

en hij zegt tot Petrus:
Simon, je slaapt!- ben je niet sterk genoeg
om één uur wakker te blijven?-

38


blijft wakker, en bidt

dat ge niet in verzoeking komt;
de geest is wel gewillig,
maar het vlees is zwak!

39


Hij gaat weg en bidt wéér;

hij zegt diezelfde uitspraak.

40


Hij komt, en wéér vindt hij hen slapend,

want hun ogen zijn bezwaard geweest,
en ze weten niet
wat ze hem moeten antwoorden.

41


Dan komt hij voor de derde keer,

en zegt tot hen:
jullie slapen maar door en rusten uit!-
het is genoeg; de ure is gekomen,
zie, de mensenzoon wordt overgegeven
in de handen van de zondaars;

42


wordt wakker, laten we gaan!-

zie, hij die mij overgeeft
is genaderd!