Instellingen

22


Ze brengen hem op de plaats ‘Golgota’;

vertaald is dat ‘schedelplaats’.

23


Ze hebben hem wijn met mirre gemengd

gegeven,
maar híj neemt er niet van.

24


Dan kruisigen ze hem, en

‘verdelen zijn kleren,
werpen daarover een lot’ (Ps. 22,19),
wie wát mag wegdragen.

25


Het is ‘derde uur’ geweest

als ze hem kruisigen.

26


(In) het opschrift met zijn strafgrond

is opgeschreven geweest:
‘de koning der Judeeërs’.

27


Samen met hem kruisigen ze

twee rovers,
één rechts en één links van hem.

28


Zo wordt het Schriftwoord vervuld

dat zegt:
hij wordt bij wettelozen gerekend

(Jes. 53,12).

29


Die aan hem voorbijtrekken

hebben hem belasterd;
‘ze schudden hun hoofden’ (Ps. 22,8)
en zeiden: ach toch,
jij die de tempel oplost
en in drie dagen opbouwt,

30


red jezelf en daal af

van het kruis!

31


Net zo ook de heiligdomsoversten;

zij spotten tegen elkaar,
met de schriftgeleerden,
en hebben gezegd:
anderen heeft hij gered,
zichzelf redden vermag hij niet!-

32


de Gezalfde, de koning van Israël,-

laat hij nu afdalen van het kruis,
opdat wij zien en geloven!
Ook die samen met hem gekruisigd zijn
hebben hem beschimpt.