Instellingen

25


Het is ‘derde uur’ geweest

als ze hem kruisigen.

26


(In) het opschrift met zijn strafgrond

is opgeschreven geweest:
‘de koning der Judeeërs’.

27


Samen met hem kruisigen ze

twee rovers,
één rechts en één links van hem.

28


Zo wordt het Schriftwoord vervuld

dat zegt:
hij wordt bij wettelozen gerekend

(Jes. 53,12).

29


Die aan hem voorbijtrekken

hebben hem belasterd;
‘ze schudden hun hoofden’ (Ps. 22,8)
en zeiden: ach toch,
jij die de tempel oplost
en in drie dagen opbouwt,

30


red jezelf en daal af

van het kruis!

31


Net zo ook de heiligdomsoversten;

zij spotten tegen elkaar,
met de schriftgeleerden,
en hebben gezegd:
anderen heeft hij gered,
zichzelf redden vermag hij niet!-

32


de Gezalfde, de koning van Israël,-

laat hij nu afdalen van het kruis,
opdat wij zien en geloven!
Ook die samen met hem gekruisigd zijn
hebben hem beschimpt.

33


Als het zesde uur aanbreekt,

geschiedt er duisternis over heel het land
tot aan het negende uur.

34


In het negende uur

schreeuwt Jezus met grote stem:

Eloï, Eloï, lama sabachthani?

Vertaald is dat:
mijn God, mijn God,
waartoe hebt ge mij verlaten? (Ps. 22,2)

35


Sommigen van wie daar stonden

hebben, toen ze dat hoorden, gezegd:
zie, ‘Elia’ is zijn stemgeluid!

36


Maar zomaar iemand die toesnelde

vulde een spons met azijn,
stak die op een riet
en heeft hem te drinken gegeven,
zeggend: láát hem,
we zien wel of Elia komt
om hem er vanaf te halen!

37


Maar dan laat Jezus

een groot stemgeluid gaan
en blaast de geestesadem uit.