Instellingen

33


Als het zesde uur aanbreekt,

geschiedt er duisternis over heel het land
tot aan het negende uur.

34


In het negende uur

schreeuwt Jezus met grote stem:

Eloï, Eloï, lama sabachthani?

Vertaald is dat:
mijn God, mijn God,
waartoe hebt ge mij verlaten? (Ps. 22,2)

35


Sommigen van wie daar stonden

hebben, toen ze dat hoorden, gezegd:
zie, ‘Elia’ is zijn stemgeluid!

36


Maar zomaar iemand die toesnelde

vulde een spons met azijn,
stak die op een riet
en heeft hem te drinken gegeven,
zeggend: láát hem,
we zien wel of Elia komt
om hem er vanaf te halen!

37


Maar dan laat Jezus

een groot stemgeluid gaan
en blaast de geestesadem uit.

38


Het voorhangsel van de tempel

scheurt in tweeën, van boven tot beneden.

39


En als de honderdman

die tegenover (hem) bij hem staat
ziet dat hij zó
de geestesadem uitblaast, zegt hij:
waarlijk, deze mens
is een zoon van God geweest!

40


Maar er zijn ook vrouwen geweest,

die van verre toeschouwden,
onder wie ook Maria Magdalena
en Maria van Jakobus de jongere,
en moeder van Joses, en Salome,-

41


die, toen hij in Galilea was,

hem zijn gevolgd
en hem hebben bediend,
ook vele andere (vrouwen)
die met hem mee zijn opgeklommen
naar Jeruzalem.