Instellingen

9


Nadat hij vroeg op de eerste van de week

is opgestaan
verschijnt hij het eerst aan Maria Magdalena,
bij wie hij zeven demonieën
heeft uitgeworpen.

10


Voortvarend verkondigt zíj het

aan wie met hem zijn geweest
en (nu) rouwen en wenen;

11


als ook zíj horen dat hij leeft

en door haar is aanschouwd,
geloven zij het niet.

12


Daarna verschijnt hij

aan twee van hen terwijl zij wandelen,
in een andere gedaante,
terwijl zij op weg zijn naar een akker;

13


ook die komen terug

en verkondigen het aan de overigen;
en ook hén geloven ze niet.

14


Maar later verschijnt hij,

terwijl zij aanliggen, aan de elf,
en hekelt hun ongeloof en hardhartigheid
omdat zij hen die hem hebben aanschouwd
als opgewekte
niet geloven.

15


Dan zegt hij tot hen:

trekt uit tot heel de wereld
en predikt de evangelieverkondiging
aan heel de schepping:

16


wie zal geloven en zich laat dopen

zal worden gered,
maar wie niet gelooft
zal worden veroordeeld;

17


maar déze tekenen

zullen hen die geloven volgen:
in mijn naam zullen zij demonieën uitwerpen,
in nieuwe talen spreken;

18


slangen zullen ze optillen

en zelfs als ze iets dodelijks drinken
zal het hen geenszins schaden;
zieken zullen zij handen opleggen
en die zullen het goed hebben!

19


Nadat hij dit tot hen gesproken heeft

wordt de Heer Jezus dan
‘opgenomen in de hemel’ (2 Kon. 2,11)
en ‘zet hij zich ter rechterhand van God’

(Ps. 110,1).

20

Maar zíj, zij trekken uit
en prediken overal,
terwijl de Heer met hen meewerkt
en het woord bekrachtigt
door de tekenen die erop volgen.