Zovelen verzamelen zich er dat er geen ruimte meer is, zelfs niet bij de deur,- en (zo) heeft hij tot hen het woord gesproken.
3
Er komen er die een verlamde tot hem brengen, gedragen door vier (man).
4
Omdat ze vanwege de schare niet bij machte zijn (hem) naar hem toe te brengen, halen ze de bedekking van het dak af daar waar hij is geweest; ze graven (een gat) uit en laten de mat waarop de verlamde neergelegd is neer.
5
Als Jezus dat geloof van hen ziet, zegt hij tot de verlamde: kind, jouw zonden worden vergeven!
6
Maar er zijn daar enkelen van de schriftgeleerden gezeten geweest, met in hun harten de overlegging: wat spreekt deze op deze manier uit?, hij lastert!-
7
wie is bij machte zonden te vergeven behalve één, God?
8
En meteen herkent Jezus met zijn geest dat zij op deze manier in zichzelf overleggen, en zegt tot hen: wat overlegt ge deze dingen in uw harten?-
9
wat is gemakkelijker, tot de verlamde zeggen: jouw zonden worden vergeven!, of zeggen: waak op, til je mat op en wandel rond?-
10
maar opdat ge zult weten dat de mensenzoon gezag heeft om op het aardland zonden te vergeven,- zegt hij tot de verlamde:
11
tot jou zeg ik: waak op, til je mat op en ga heen naar je huis!
12
Hij waakt op, tilt meteen de mat op en komt ten overstaan van allen naar buiten, zodat allen buiten zichzelf staan en God verheerlijken, zeggend: zoiets* Letterlijk: op deze manier. hebben wij nog nooit gezien!