Instellingen

1


Weer begint hij te onderrichten,

langs de zee;
er verzamelt zich bij hem
zo’n zeer talrijke schare,
dat hij in een boot stapt
en (daarin) gaat zitten, op de zee;
en heel de schare, zij zijn bij de zee
op het land geweest.

2


In zinnebeelden heeft hij hen

vele dingen onderricht;
hij heeft tot hen in zijn onderricht gezegd:

3


hoort!-

zie, de zaaier gaat uit om te zaaien;

4


en het geschiedt bij het zaaien:

het (één) valt langs de weg,
de vogels komen en eten het op;

5


een ander (deel) valt op de rotsen,

waar het niet veel aarde heeft gehad;
meteen komt het op,
omdat het niet veel diepte van aarde heeft;

6


wanneer de zon opkomt, verschroeit het,

en omdat het geen wortel heeft
droogt het weg;

7


een ander (deel) valt tussen de distels,

en de distels schieten op en verstikken het,
en het geeft geen vrucht;

8


een ander (deel) valt in de goede aarde,

schiet op, groeit en geeft vrucht;
het heeft gedragen één (deel) dertig-,
één (deel) zestig- en één (deel) honderdvoud!

9


Hij heeft gezegd:

wie oren heeft om te horen, die moet horen!