Instellingen

26


Ook heeft hij gezegd:

zó is het koningschap van God,-
als een mens die het zaad uitwerpt
over het aardland;

27


hij gaat slapen en hij wordt wakker,

een nacht en een dag…
het zaad kiemt en wordt groot,
en hóe, dat weet hij niet;

28


vanzelf draagt het aardland vrucht,

eerst een grasje, dan een aar,
en dan volop koren in de aar;

29


wanneer de vrucht zich prijsgeeft,

‘zendt hij meteen de sikkel uit,
omdat de zomeroogst is aangetreden’ (Joël 4,13).