Instellingen

38


Ze komen in het huis van

de samenkomst-overste,
en hij aanschouwt het: het misbaar,
en wenende en
veelvuldig jammerende (mensen);

39


als hij binnenkomt, zegt hij tot hen:

waarom maakt ge misbaar en weeklaagt ge?-
het kind is niet gestorven maar slaapt!

40


Ze hebben hem uitgelachen.

Maar hij werpt ze allemaal uit,
neemt de vader van het kind en de moeder
en die met hem zijn mee,
en treedt binnen,
daar waar het kind geweest is.

41


Hij grijpt de hand van het kind

en zegt tot haar:

talitha koem!, dat is in vertaling:

meiske, jou zeg ik: word wakker!