Instellingen

6


Hij verwondert zich

over hun ongeloof,
en is de dorpen in het rond langsgetrokken
en heeft daar onderricht gegeven.

7


Hij roept de twaalf tot zich

en begint ze uit te zenden,
twee aan twee,
nadat hij hun gezag heeft gegeven
over de onreine geesten.

8


Hij kondigt voor hen af

dat ze niets mogen meenemen op weg
dan alleen een stok,-
geen brood, geen ransel,
geen kopergeld in de gordel,

9


maar wel sandalen ondergebonden;

‘en trekt geen twéé onderhemden aan!’

10


Ook heeft hij tot hen gezegd:

overal waar ge een huis
binnen moogt komen,
blijft daar totdat ge daarvandaan weggaat;

11


en als een plek u niet ontvangt

en ze niet naar u horen,
trekt daarvandaan weg en
schudt het stof af
dat onder uw voeten (zit),-
hun tot getuigenis!

12


Zij gaan eropuit en prediken

dat ze zich moeten bekeren.

13


Vele demonieën hebben ze uitgeworpen

en vele stumpers gezalfd met olijfolie
en genezen.