Instellingen

6


Hij verwondert zich

over hun ongeloof,
en is de dorpen in het rond langsgetrokken
en heeft daar onderricht gegeven.

7


Hij roept de twaalf tot zich

en begint ze uit te zenden,
twee aan twee,
nadat hij hun gezag heeft gegeven
over de onreine geesten.

8


Hij kondigt voor hen af

dat ze niets mogen meenemen op weg
dan alleen een stok,-
geen brood, geen ransel,
geen kopergeld in de gordel,

9


maar wel sandalen ondergebonden;

‘en trekt geen twéé onderhemden aan!’

10


Ook heeft hij tot hen gezegd:

overal waar ge een huis
binnen moogt komen,
blijft daar totdat ge daarvandaan weggaat;

11


en als een plek u niet ontvangt

en ze niet naar u horen,
trekt daarvandaan weg en
schudt het stof af
dat onder uw voeten (zit),-
hun tot getuigenis!

12


Zij gaan eropuit en prediken

dat ze zich moeten bekeren.

13


Vele demonieën hebben ze uitgeworpen

en vele stumpers gezalfd met olijfolie
en genezen.

14


Koning Herodes hoort (over hem),

want zijn naam is openbaar geworden,
en ze hebben wel gezegd:
Johannes de Doper
is opgewekt uit de doden
en daardoor werken de krachten in hem!

15


Maar anderen hebben gezegd:

het is Elia!
Anderen hebben gezegd: een profeet
als één van de profeten!

16


Maar toen Herodes over hem hoorde,

heeft hij gezegd:
die ík heb onthoofd, Johannes,
díe is opgewekt!