Hij roept de twaalf tot zich en begint ze uit te zenden, twee aan twee, nadat hij hun gezag heeft gegeven over de onreine geesten.
8
Hij kondigt voor hen af dat ze niets mogen meenemen op weg dan alleen een stok,- geen brood, geen ransel, geen kopergeld in de gordel,
9
maar wel sandalen ondergebonden; ‘en trekt geen twéé onderhemden aan!’
10
Ook heeft hij tot hen gezegd: overal waar ge een huis binnen moogt komen, blijft daar totdat ge daarvandaan weggaat;
11
en als een plek u niet ontvangt en ze niet naar u horen, trekt daarvandaan weg en schudt het stof af dat onder uw voeten (zit),- hun tot getuigenis!
12
Zij gaan eropuit en prediken dat ze zich moeten bekeren.
13
Vele demonieën hebben ze uitgeworpen en vele stumpers gezalfd met olijfolie en genezen.
14
Koning Herodes hoort (over hem), want zijn naam is openbaar geworden, en ze hebben wel gezegd: Johannes de Doper is opgewekt uit de doden en daardoor werken de krachten in hem!
15
Maar anderen hebben gezegd: het is Elia! Anderen hebben gezegd: een profeet als één van de profeten!
16
Maar toen Herodes over hem hoorde, heeft hij gezegd: die ík heb onthoofd, Johannes, díe is opgewekt!