Zij zien dat sommigen van zijn leerlingen met ongewijde handen, dat is niet gewassen, de broden eten;
3
want de Farizeeërs, en álle Judeeërs, eten nooit zonder eerst stevig de handen te wassen, vasthoudend aan de overlevering van de oudsten;
4
en van een markt af eten ze niet als ze niet besprenkeld worden; en vele andere dingen zijn er die ze hebben aangenomen om aan vast te houden: onderdompelingen van drinkbekers, kannen en kopergoed.
5
Dan vragen ze hem, de Farizeeërs en de schriftgeleerden: waarom wandelen uw leerlingen niet volgens de overlevering van de oudsten, maar eten ze het brood met ongewijde handen?
6
Maar hij zegt tot hen: Jesaja heeft het fraai over u, oordeeloompjes, geprofeteerd, zoals geschreven is: ‘deze gemeente eert mij met de lippen, maar hun hart houdt zich verre van mij;
7
vergeefs eerbiedigen zij mij, zij leren leringen die mensengeboden zijn!’ (Jes. 29,13)–
8
terwijl ge het gebod van God loslaat, houdt ge vast aan de overlevering van de mensen!