Instellingen

24


Daarvandaan staat hij op en gaat weg,

naar de gebieden van Tyrus.
Hij komt binnen in een huis
en heeft niet gewild
dat iemand er kennis van zou krijgen,-
en kan ook onmogelijk verborgen blijven;

25


nee, meteen als een vrouw over hem hoort,

van wie haar dochtertje een
onreine geest gehad heeft,
komt zij en valt neer voor zijn voeten.

26


Maar de vrouw is een Helleense geweest,

een Syro-Fenicische van geboorte;
en zij heeft hem gevraagd
om de demonie uit te werpen
uit haar dochter.

27


Hij heeft tot haar gezegd:

laat toe dat eerst de kinderen
verzadigd worden!-
want het is niet fraai
het brood van de kinderen te nemen
en dat naar de hondjes te werpen!

28


Maar zij antwoordt en zegt tot hem:

toch wél, heer:
ook de hondjes eten ónder de tafel
van de kruimels van de jongetjes!

29


Dan zegt hij tot haar:

om dit woord,- ga heen!,
de demonie is
uit je dochter naar buiten gekomen!

30


Teruggekomen in haar huis

vindt zij het meisje neergeworpen op het bed
en de demonie naar buiten gekomen.