Naardense Bijbel > zoeken
Dan komt Jezus met zijn leerlingen naar buiten, naar de dorpen van Caesarea Filippi; onderweg heeft hij zijn leerlingen een vraag gesteld en tot hen gezegd: wie zeggen de mensen dat ik ben?
En zij zeggen tot hem, zij zeggen: Johannes de Doper, en anderen: Elia, maar anderen: een van de profeten!
En zelf heeft hij hun de vraag gesteld: maar wie zegt gíj dat ik ben? Ten antwoord zegt Petrus tot hem: ú bent de Gezalfde!
Hij zegt hun bestraffend dat ze dat aan niemand over hem mogen zeggen.