Instellingen

27


Dan komt Jezus met zijn leerlingen

naar buiten,
naar de dorpen van Caesarea Filippi;
onderweg heeft hij zijn leerlingen
een vraag gesteld en tot hen gezegd:
wie zeggen de mensen dat ik ben?

28


En zij zeggen tot hem, zij zeggen:

Johannes de Doper, en anderen: Elia,
maar anderen: een van de profeten!

29


En zelf heeft hij hun de vraag gesteld:

maar wie zegt gíj dat ik ben?
Ten antwoord zegt Petrus tot hem:
ú bent de Gezalfde!

30


Hij zegt hun bestraffend dat ze

dat aan niemand over hem mogen zeggen.