En hij begint hen te onderrichten dat de mensenzoon veel móet lijden, verworpen moet worden door de oudsten, de heiligdomsoversten en de schriftgeleerden en ter dood gebracht zal worden en na drie dagen opstaan;
openhartig heeft hij dit woord gesproken. Petrus neemt hem terzijde en begint hem te bestraffen.
33
Maar hij keert zich om, ziet zijn leerlingen aan, bestraft Petrus en zegt: ga weg, achter mij, satan, want je zint niet op de dingen van God, nee, op die van de mensen!
34
Hij roept de schare samen met zijn leerlingen tot (zich) en zegt tot hen: als iemand dat wíl, achter mij komen, laat hij zichzelf verloochenen, zijn kruis optillen, en dan mij volgen!-
35
want wie ook maar zijn lijf-en-ziel wil redden, die zal haar verliezen, maar wie ook maar zijn lijf-en-ziel zal verliezen vanwege mij en het evangelie* Of: de verkondiging., die zal haar redden;
36
want wat baat het een mens om de hele wereld-op-orde te winnen en beschadigd te worden aan zijn lijf-en-ziel?-
37
want wat kan een mens geven in ruil voor zijn lijf-en-ziel?-
38
want wie zich voor mij en mijn woorden zal schamen in deze overspelige en zondige generatie, voor hem zal ook de mensenzoon zich schamen, wanneer, in de glorie van zijn Vader, hij met de heilige engelen* Of: aankondigers. zal komen!