Want hij heeft zijn leerlingen onderricht en heeft tot hen gezegd: de mensenzoon wordt overgegeven in handen van mensen, en ze zullen hem doden, en gedood zal hij na drie dagen opstaan!
32
Maar zij hebben niet herkend wat gezegd werd, en zijn bevreesd geweest hem er naar te vragen.
33
Ze komen Kafarnaoem binnen. In het huis aangeland heeft hij aan hen gevraagd: en waarover ging onderweg uw gesprek?
34
Maar zij hebben er het zwijgen toe gedaan; want ze hadden er tegen elkaar over gesproken, onderweg, wie de grootste was.
35
Hij gaat zitten, roept de twaalf (bij zich) en zegt tot hen: als iemand dat wil: eerste zijn, zal hij van allen een laatste zijn,- van allen een bediende!
36
Hij neemt een jongetje en laat dat in hun midden staan; hij omarmt het en zegt tot hen:
37
wie één van zulke jongetjes ontvangt, (met een beroep) op mijn naam, ontvangt mij, en wie mij ontvangt ontvangt níet mij, nee: hem die mij heeft gezonden!