Die rondom haar huizen en die van geboorte familie van haar zijn horen dat de Heer zijn ontferming groot gemaakt heeft aan haar en hebben zich mét haar verheugd.
59
En het geschiedt op de achtste dag: als ze het jongetje komen besnijden en het naar de naam van zijn vader tot een Zacharias hebben uitgeroepen
60
zegt ten antwoord zijn moeder: nee!- er zal Johannes worden geroepen!
61
Zij zeggen tot haar: uit jouw geboortefamilie is er niemand die met die naam wordt geroepen!
62
Maar ze hebben naar zijn vader gewenkt hoe hij wil dat het wordt geroepen.
63
Hij vraagt om een plankje en schrijft op wat hij wil zeggen: Johannes is zijn naam! Allen zijn verwonderd.
64
Maar terstond wordt zijn mond geopend, komt zijn tong los en spreekt hij, God zegenend.
65
Er geschiedt over allen die rondom hen huizen vreze, en in heel het bergland van Judea wordt van al deze dingen gesproken,
66
en allen die ze horen sluiten ze in hun hart, zeggend: wat zal dit jongetje voor iemand zijn?- want de hand des Heren is met hem!