Instellingen

57


Maar als voor Elisabet de tijd vervuld is

om te bevallen,
baart zij een zoon.

58


Die rondom haar huizen

en die van geboorte familie van haar zijn
horen dat de Heer
zijn ontferming groot gemaakt heeft aan haar
en hebben zich mét haar verheugd.

59


En het geschiedt op de achtste dag:

als ze het jongetje komen besnijden
en het naar de naam van zijn vader
tot een Zacharias hebben uitgeroepen

60


zegt ten antwoord zijn moeder:

nee!- er zal Johannes worden geroepen!

61


Zij zeggen tot haar:

uit jouw geboortefamilie is er niemand
die met die naam wordt geroepen!

62


Maar ze hebben naar zijn vader gewenkt

hoe hij wil dat het wordt geroepen.

63


Hij vraagt om een plankje

en schrijft op wat hij wil zeggen:
Johannes is zijn naam!
Allen zijn verwonderd.

64


Maar terstond wordt zijn mond geopend,

komt zijn tong los
en spreekt hij, God zegenend.

65


Er geschiedt

over allen die rondom hen huizen vreze,
en in heel het bergland van Judea
wordt van al deze dingen gesproken,

66


en allen die ze horen

sluiten ze in hun hart, zeggend:
wat zal dit jongetje voor iemand zijn?-
want de hand des Heren is met hem!