Instellingen

14


Maar als hij alles er heeft doorgebracht

geschiedt er een hevige hongersnood
over die streek,
en hij begint gebrek te lijden.

15


Hij trekt erop uit en voegt zich bij

een van de stedelingen van het gebied,
en die stuurt hem naar zijn akkers
om zwijnen te hoeden;

16


hij is ernaar gaan verlangen zijn buik te vullen

met de schillen die de zwijnen hebben gegeten,-
en niemand die ze hem geeft!

17


Maar tot zichzelf gekomen brengt hij uit:

hoeveel dagloners van mijn vader
hebben broden in overvloed,
en ik ga hier verloren in een hongersnood!-

18


ik zal opstaan, naar mijn vader trekken

en tot hem zeggen:
vader, ik heb gezondigd
tegen de hemel en voor jouw aanschijn,

19


ik ben niet meer waard

als zoon van jou aangeroepen te worden:
doe met mij
als met één van je dagloners!