Naardense Bijbel > zoeken
Maar als hij alles er heeft doorgebracht geschiedt er een hevige hongersnood over die streek, en hij begint gebrek te lijden.
Hij trekt erop uit en voegt zich bij een van de stedelingen van het gebied, en die stuurt hem naar zijn akkers om zwijnen te hoeden;
hij is ernaar gaan verlangen zijn buik te vullen met de schillen die de zwijnen hebben gegeten,- en niemand die ze hem geeft!
Maar tot zichzelf gekomen brengt hij uit: hoeveel dagloners van mijn vader hebben broden in overvloed, en ik ga hier verloren in een hongersnood!-
ik zal opstaan, naar mijn vader trekken en tot hem zeggen: vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en voor jouw aanschijn,
ik ben niet meer waard als zoon van jou aangeroepen te worden: doe met mij als met één van je dagloners!