Naardense Bijbel > zoeken
Maar aangehoord hebben de Farizeeërs al deze dingen en, belust op geld als ze waren, hebben ze de neus voor hem opgehaald.
Dan zegt hij tot hen: ú bent bezig uzelf te rechtvaardigen voor het aanschijn van de mensen, maar God kent uw harten; omdat wat hoog staat bij de mensen een gruwel is voor het aanschijn van God!-