Instellingen

41


Zodra hij nadert en de stad aanziet

weeklaagt hij over haar

42


en zegt:

áls je maar herkent op deze dag,
ja jíj!, wat tot vrede is!-
nú wordt dat nog verborgen voor je ogen:

43


dat er dagen zullen komen over je

waarop je vijanden
een wal voor je zullen opwerpen
en je zullen omsingelen en insluiten
van alle kanten:

44


ze zullen jou en

‘je kinderen in jou verpletteren’ (Ps. 137,9)
en in jou geen steen op een steen laten,
daarvoor dat je niet herkent
het moment dat je wordt bezocht!

45


Als hij binnenkomt in het heiligdom

begint hij met de verkopers uit te drijven,

46


zeggend tot hen: er is geschreven

‘mijn huis zal zijn
een huis van aanbidding!’ (Jes. 56,7),
maar wat jullie ervan maken
is ‘een hol van rovers’ (Jer. 7,11).

47


Dagelijks heeft hij in het heiligdom onderricht;

de heiligdomsoversten en de schriftgeleerden
hebben ernaar gezocht hem om te brengen,
zo ook de voornaamsten van de gemeenschap,