Simeon zegent hen en zegt tot Maria, zijn moeder: zie, deze ligt hier tot val en opstanding van velen in Israël, tot een teken dat wordt weersproken;
35
maar ook door je eigen ziel zal een zwaard gaan; zó zullen uit vele harten overleggingen worden ontsluierd!
36
Er is ook een profetes geweest, Hanna, dochter van Fanoeël, uit de stam van Aser. Zij is in levensdagen ver gekomen: na haar meisjestijd heeft zij zeven jaren geleefd met een man
37
en is nu weduwe, zo’n vierentachtig jaren. Zij is nooit weggeweest uit het heiligdom, met vastentijden en smeekbeden er vererend nacht en dag.
38
Dit eigen uur treedt zij naderbij. Zij dankt God en spreekt van hem tot allen die op Jeruzalems verlossing wachten.
39
Zodra zij alles hebben volbracht dat volgens de Wet van de Heer móet keren ze terug naar Galilea, naar hun stad, Nazaret.
40
Maar het jongetje is opgegroeid en krachtig geworden,- vervuld van wijsheid: Gods genade is over hem geweest.