Instellingen

40


Maar het jongetje is opgegroeid

en krachtig geworden,-
vervuld van wijsheid:
Gods genade is over hem geweest.

41


Zijn ouders zijn elk jaar voor het feest

van het Pesach naar Jeruzalem getrokken.

42


En het geschiedt

wanneer hij twaalf jaar wordt
dat zij naar de gewoonte van het feest
de opgang maken

43


en dat, als ze de dagen voleindigd hebben,

bij hun terugkeer
de jongen, Jezus, in Jeruzalem is achtergebleven;
zijn ouders hebben daar geen kennis van;

44


maar in de mening

dat hij bij het reisgezelschap is
gaan ze een dagreis ver
en hebben naar hem gezocht onder
die van gelijke geboorte zijn en de bekenden;

45


als ze hem niet vinden

keren ze terug naar Jeruzalem
en zoeken daar naar hem.

46


Het geschiedt na drie dagen

dat zij hem vinden in het heiligdom;
hij zit daar te midden der leermeesters,
hoort naar hen en stelt vragen aan hen.

47


Maar versteld staan allen die hem horen

over zijn begrip en zijn antwoorden.

48


Als ze hem zien,

zijn ze uit het veld geslagen;
zijn moeder zegt tot hem:
kind, waarom heb je zo aan ons gedaan!-
zie, je vader en ik zoeken je met smart!

49


Hij zegt tot hen:

waarom hebben jullie mij gezocht?-
wist ge niet dat ik zijn móet
in de dingen van mijn Vader?

50


Zij begrijpen het woord niet

dat hij tot hen spreekt.

51


Hij daalt met hen af

en komt aan in Nazaret
en heeft zich aan hen onderschikt.
Zijn moeder heeft al deze woorden
bewaard in haar hart.

52


Jezus is toegenomen in de wijsheid,

in gestalte en genade
bij God en mensen.