Instellingen

5


Als enkelen zeggen over het heiligdom

dat het met fraaie stenen
en wijgeschenken is gesierd, zegt hij:

6


dit alles wat ge nu aanschouwt,-

er zullen dagen komen waarin
geen steen op een steen gelaten zal worden
die niet zal worden weggebroken.

7


Maar ze vragen hem en zeggen:

leermeester, wanneer zal dat zijn,
en wat is het téken,
wanneer dat alles gaat geschieden?

8


Maar hij zegt:

kijk uit dat ge niet in dwaling geraakt!-
want velen zullen
komen onder mijn naam en zeggen
‘ík ben het’ en ‘het moment is genaderd’:
trekt niet achter hen aan!-

9


maar wanneer ge zult horen van

oorlogen en opstanden
raakt dan niet in de war:
want dat ‘moet éérst geschieden’ (Dan. 2,28),-
nee, het is niet meteen het einde!

10


Toen heeft hij tot hen gezegd:

‘ontwaken zal volk tegen volk
en koninkrijk tegen koninkrijk’ (Jes. 19,2);

11


maar er zullen grote aardbevingen zijn

en op plaatsen her en der
hongersnoden en pestepidemieën,-
vreselijke dingen en
vanuit de hemel grootse tekenen
zullen er zijn.

12


Maar vóór dat alles

zullen ze hun handen op u werpen
en u vervolgen,
door u over te geven aan de
samenkomsten en de bewakingen,
door u af te voeren
naar koningen en landvoogden
omwille van mijn naam!

13


Het zal voor u uitlopen op getuigen.

14


Welnu, zet het u in uw harten

om niet vooruit te piekeren
hoe u te verdedigen;

15


want ikzelf zal u een mond geven.

en een wijsheid die
allen die tegen u in het geweer komen
niet zullen vermogen te weerstaan
of weerspreken.

16


Maar ge zult wel overgegeven worden,

zelfs door ouders en broers,
verwanten en vrienden,
ook zullen ze er uit uw midden doden;

17


ge zult door allen gehaat wezen

vanwege mijn naam,

18


maar geen haar van uw hoofd gaat verloren;

19


door uw volharding

zult ge uw levens-en-zielen winnen!