dit alles wat ge nu aanschouwt,- er zullen dagen komen waarin geen steen op een steen gelaten zal worden die niet zal worden weggebroken.
7
Maar ze vragen hem en zeggen: leermeester, wanneer zal dat zijn, en wat is het téken, wanneer dat alles gaat geschieden?
8
Maar hij zegt: kijk uit dat ge niet in dwaling geraakt!- want velen zullen komen onder mijn naam en zeggen ‘ík ben het’ en ‘het moment is genaderd’: trekt niet achter hen aan!-
9
maar wanneer ge zult horen van oorlogen en opstanden raakt dan niet in de war: want dat ‘moet éérst geschieden’ (Dan. 2,28),- nee, het is niet meteen het einde!
10
Toen heeft hij tot hen gezegd: ‘ontwaken zal volk tegen volk en koninkrijk tegen koninkrijk’ (Jes. 19,2);
11
maar er zullen grote aardbevingen zijn en op plaatsen her en der hongersnoden en pestepidemieën,- vreselijke dingen en vanuit de hemel grootse tekenen zullen er zijn.
12
Maar vóór dat alles zullen ze hun handen op u werpen en u vervolgen, door u over te geven aan de samenkomsten en de bewakingen, door u af te voeren naar koningen en landvoogden omwille van mijn naam!
13
Het zal voor u uitlopen op getuigen.
14
Welnu, zet het u in uw harten om niet vooruit te piekeren hoe u te verdedigen;
15
want ikzelf zal u een mond geven. en een wijsheid die allen die tegen u in het geweer komen niet zullen vermogen te weerstaan of weerspreken.
16
Maar ge zult wel overgegeven worden, zelfs door ouders en broers, verwanten en vrienden, ook zullen ze er uit uw midden doden;
17
ge zult door allen gehaat wezen vanwege mijn naam,
18
maar geen haar van uw hoofd gaat verloren;
19
door uw volharding zult ge uw levens-en-zielen winnen!