Instellingen

10


Maar hij zegt tot hen:

zie, als ge de stad binnenkomt
zal een mens u tegemoetkomen
die een kruikje water torst;
volgt hem, het huis in
waarin hij naar binnen gaat,-

11


en zegt dan tot de huiseigenaar van het huis:

de leermeester zegt tot u:
waar is de herbergzaal
waar ik met mijn leerlingen
het pesach* Of: paaslam. kan eten?-

12


en hij zal u een grote bovenzaal wijzen

die ingericht wordt;
maakt het dáár gereed!

13


Maar zij gaan heen, vinden alles

zoals hij hun heeft gezegd
en maken het pesach* Of: paaslam. gereed.

14


Wanneer het uur aanbreekt* Letterlijk: geschiedt.,

gaat hij aanliggen,
en de apostelen met hem.

15


Hij zegt tot hen: vol verlangen

heb ik ernaar verlangd
vóór mijn paaslijden dit pesach* Of: paaslam. met u te eten;

16


want ik zeg u dat ik het niet meer zal eten

tot wanneer het vervuld wordt
in het koninkrijk van God!

17


Hij verwelkomt een drinkbeker,

dankzegt en zegt:
neemt deze en deelt hem met elkaar;

18


want ik zeg u, ik zal van nu af niet drinken

wat de wijnstok genereert
totdat het koningschap van God komt!

19


Hij neemt een brood op, dankzegt, breekt het

en geeft het aan hen, zeggend:
dit is mijn lichaam dat voor u gegeven wordt;
doet dit tot mijn gedachtenis!

20


Evenzo met de beker ná de maaltijd,

zeggend: deze drinkbeker is
het nieuwe verbond door mijn bloed,
dat voor u vergoten wordt;