Zodra ze hem wegvoeren nemen ze Simon, zomaar een Cyreneeër, vast als hij van de akker komt en leggen hem het kruis op om dat achter Jezus aan te dragen.
Maar hem is gevolgd een veelkoppige veelheid van de gemeenschap en van vrouwen die zich geslagen hebben en hem hebben beweend.
28
Maar Jezus keert zich naar hen om en zegt: dochters van Jeruzalem, weeklaagt niet over mij; weeklaagt slechts over uzelf en over uw kinderen,
29
omdat er, zie, dagen zullen komen waarop ze zullen zeggen: zalig de onvruchtbaren, de schoten die niet hebben gebaard en borsten die nooit hebben gevoed!-
30
dán zullen ze beginnen te zeggen tot de bergen: valt op ons!, en tot de heuvels: verhult ons! (Hos. 10,8)–
31
omdat, als ze dit doen met het groene hout,- het dorre, wat zal daarmee geschieden?
32
Maar ze hebben ook anderen, twee kwaaddoeners, weggeleid, om met hem omgebracht te worden.
33
Wanneer ze komen op de plaats met de roepnaam ‘Schedeltje’ kruisigen ze dáár hem en de twee kwaaddoeners, de een rechts en de ander links van hem.
34
Maar Jezus heeft gezegd: Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen! Om zijn kleren te verdelen werpen ze loten (Ps. 22,19).
35
De gemeenschap heeft er gestaan en toegeschouwd maar ook de overheden hebben gelachen, zeggend: anderen heeft hij gered, laat hij nu zichzelf redden!, als híj de gezalfde van God is, ‘de uitverkorene’!
36
Maar ook spotten met hem de soldaten, die erbij komen om hem edik aan te bieden;
37
ze zeggen: als jíj het bént: de koning der Judeeërs, red dan jezelf!
38
Maar er is ook een opschrift boven hem geweest: de koning der Judeeërs is híj!