Instellingen

35


De gemeenschap heeft er gestaan

en toegeschouwd
maar ook de overheden hebben gelachen,
zeggend:
anderen heeft hij gered,
laat hij nu zichzelf redden!,
als híj de gezalfde van God is, ‘de uitverkorene’!

36


Maar ook spotten met hem de soldaten,

die erbij komen om hem edik aan te bieden;

37


ze zeggen:

als jíj het bént: de koning der Judeeërs,
red dan jezelf!

38


Maar er is ook een opschrift boven hem geweest:

de koning der Judeeërs is híj!

39


Maar een van de gehangen kwaaddoeners

heeft hem gelasterd: ben jíj niet de Gezalfde?-
red dan jezelf en ons!

40


Maar ten antwoord straft de ander hem af

en brengt uit: vrees jij Gód niet
hoewel je in dit oordeel bent?-

41


en wíj terecht

want wat waardig is bij onze praktijken
nemen wij nu aan,
maar híj heeft niets gedaan wat misplaatst is!

42


En hij heeft gezegd: Jezus, gedenk mij

wanneer je aankomt in je koninkrijk!

43


En hij zegt tot hem: amen, tot jou zeg ik,

heden zul je er mét mij wezen,
in het paradijs.