keren terug van de gedenkplek en verkondigen dit alles aan de elf en al de overigen.
10
Maar het zijn geweest: Maria Magdalena, Johanna, en Maria van Jakobus. De overige (vrouwen) die met haar waren hebben tot de apostelen hetzelfde gezegd.
11
Deze uitspraken schenen voor hun aanschijn als zotteklap en zij hebben haar niet geloofd.
12
Maar Petrus is opgestaan en naar de gedenkplek gesneld; zich bukkend bekijkt hij de windsels die daar liggen; hij komt terug vol verwondering over wat is geschied.