Naardense Bijbel > zoeken
en afdalend met hen gaat hij staan op een plaats waar het vlak is; en zie: een grote schare van leerlingen van hem, en een grote menigte van de gemeenschap uit heel Judea, uit Jeruzalem en van de zeekant van Tyrus en Sidon;
zij komen om hem te horen en geheeld te worden van hun ziekten; ook zij die werden gekweld door onreine geesten zijn genezen.
Heel de schare,- zij zijn ernaar gaan zoeken om hem vast te grijpen, omdat er kracht van hem uit naar buiten is gekomen en hij allen heelde.
Hij, zijn ogen opheffend naar zijn leerlingen, heeft gezegd: Zalig de armen,- omdat voor u het koninkrijk van God is!
Zalig wie nu honger lijden,- omdat ge zult worden verzadigd! Zalig wie nu weeklagen,- omdat ge zult lachen!
Zalig zijt ge wanneer de mensen u haten,- wanneer ze u bannen, smaden en uw naam als iets boosaardigs uitwerpen vanwege de mensenzoon!
Verheugt u te dien dage en danst, want zie, groot is uw loon in de hemel: hetzelfde immers hebben hun vaderen gedaan aan de profeten!
Maar wee u die rijk zijt, omdat ge uw troosttoeroep hébt!
Wee u die nu voldaan zijt, omdat ge honger zult lijden!- wee u die nu lacht, omdat ge zult rouwen en weeklagen!
O wee wanneer alle mensen wél van u spreken: hetzelfde immers hebben hun vaderen gedaan aan de valse profeten.