Instellingen

20


Hij, zijn ogen opheffend naar zijn leerlingen,

heeft gezegd:
Zalig de armen,-
omdat voor u het koninkrijk van God is!

21


Zalig wie nu honger lijden,-

omdat ge zult worden verzadigd!
Zalig wie nu weeklagen,-
omdat ge zult lachen!

22


Zalig zijt ge wanneer de mensen u haten,-

wanneer ze u bannen, smaden
en uw naam als iets boosaardigs uitwerpen
vanwege de mensenzoon!

23


Verheugt u te dien dage en danst,

want zie,
groot is uw loon in de hemel:
hetzelfde immers
hebben hun vaderen gedaan
aan de profeten!

24


Maar wee u die rijk zijt,

omdat ge uw troosttoeroep hébt!

25


Wee u die nu voldaan zijt,

omdat ge honger zult lijden!-
wee u die nu lacht,
omdat ge zult rouwen en weeklagen!

26


O wee wanneer alle mensen

wél van u spreken:
hetzelfde immers hebben hun vaderen gedaan
aan de valse profeten.