Instellingen

13


Als de Heer haar ziet

wordt hij inwendig over haar bewogen,
en hij zegt tot haar: ween niet!

14


Hij komt erop af

en grijpt de (open) kist vast;
de dragers blijven staan en hij zegt:
jongeman, ik zeg je, word wakker!

15


De dode gaat zitten en begint te praten;

‘en hij geeft hem aan zijn moeder’ (1 Kon. 17,23).