maar die langs de weg zijn zij die het horen; vervolgens komt de tweedrachtzaaier en neemt het gesprokene weg van hun hart, opdat zij niet gaan geloven en worden gered;
13
maar die op de rots zijn zij die wanneer zij het horen het gesprokene met vreugde ontvangen; en dezen hebben geen wortel: die voor een moment geloven en in een moment van beproeving afstand nemen;
14
maar wat in de dorens valt, dezen zijn het die horen en onder zorgen, rijkdom en de genietingen des levens doorgaand gaandeweg worden verstikt en het niet uitdragen;
15
maar dat van ‘in de edele aarde’, dezen zijn het die met een edel en goed hart het gesprokene horen en in volharding vrucht dragen;