Instellingen

35


De volgende morgen

staat Johannes daar weer,
met twee van zijn leerlingen;

36


Als hij Jezus in het blikveld krijgt

die daar rondwandelt
zegt hij: zie, het lam van God!

37


Die twee leerlingen van hem

horen hem dat uitspreken
en volgen Jezus!

38


Maar als Jezus zich omkeert

en aanschouwt dat zij (hem) volgen,
zegt hij tot hen:
wat zoekt ge?* In veel vertalingen begint hier vers 39 en schuift elk volgend vers in dit hoofdstuk een nummer op.
Maar zij zeggen tot hem: rabbi,
-vertaald wil dat zeggen: leermeester-
waar houdt u verblijf?

39


Hij zegt tot hen: komt en ziet!

Dus komen ze en zien
waar hij verblijf houdt,
en blijven ze bij hem,
die eigenste dag.
Het is geweest
omstreeks het tiende uur.

40


Andreas, de broer van Simon Petrus,

is een van de twee geweest
die het van Johannes horen
en hem volgen.

41


Hij vindt als eerste

zijn eigen broer Simon
en zegt tot hem:
we hebben de Messias gevonden!-
vertaald is dat: Gezalfde,

42


Hij voert hem mee naar Jezus.

Als hij hem in het blikveld krijgt zegt Jezus:
jíj bent Simon de zoon van Johannes?-
jíj wordt tot Kefas uitgeroepen!-
wat vertaald wordt met Petrus,- rotsman.