Instellingen

1


Maar* Johannes gebruikt vaak het woord ‘maar’ zonder dat een tegenstelling lijkt bedoeld. Soms wordt daarmee iets opmerkelijks of onverwachts aangekondigd, soms slechts een tussenzin. er is iemand ziek geweest:

Lazarus, uit Betaniƫ,
uit het dorp van Maria
en haar zuster Marta.

2


Maar het is (de) Maria geweest

die de Heer heeft gebalsemd met mirre
en zijn voeten heeft afgeveegd
met haar haren
wier broer Lazarus ziek is geworden.

3


Dan zenden de zusters bericht aan hem

en laten zeggen:
heer zie, hij wiens vriend gij zijt is ziek!