Instellingen

11


Dát zegt hij;

en daarna zegt hij tot hen:
Lazarus, onze vriend, is gaan rusten;
echter, ik trek erheen
om hem uit die slaap te halen!

12


Dan zeggen zijn leerlingen tot hem:

heer, als hij is gaan rusten
zal hij worden gered!

13


Maar Jezus heeft gesproken over zijn dood,

maar zij denken dat hij spreekt
over de rust van de slaap!

14


Dus dán zegt Jezus hun onomwonden:

Lazarus is gestorven,-

15


en ik verheug mij om u,-

opdat ge gaat gelóven,
omdat ik daar niet ben geweest;
echter, laten we naar hem toe gaan!

16


Dan zegt Tomas,

die Tweeling genoemd wordt,
tot de mede-leerlingen:
laten óók wij gaan,
opdat wij met hem sterven!

17


Als Jezus dan aankomt vindt hij hem

reeds vier dagen toevende in de gedenkplaats.

18


Maar Betanië is dicht bij Jeruzalem geweest,

op zo’n vijftien stadiën afstand;

19


maar velen uit de Judeeërs

zijn al aangekomen bij Marta en Maria
om hen te troosten over hun broer.

20


Zodra Marta dan hoort dat Jezus aankomt,

gaat zij hem tegemoet;
maar Maria is in het huis blijven zitten.

21


Dan zegt Marta tot Jezus:

heer, als u hier was geweest
zou mijn broer niet zijn gestorven;

22


ook nu weet ik:

wat u God ook zou vragen,
God zal het u geven!

23


Jezus zegt tot haar:

hij zal opstaan, je broer!

24


Marta zegt tot hem: ik weet dat,

omdat hij zal opstaan bij de opstanding
ten laatsten dage!

25


Jezus zegt tot haar:

ík ben
de opstanding en het leven;
wie gelooft in mij zal leven,
ook als hij sterft;

26


en al wie leeft en gelooft in mij

zal niet sterven tot in de eeuwigheid;
gelóóf je dat?

27


Zij zegt tot hem: ja, Heer,-

ík ben gaan geloven
dat u de Gezalfde bent,
de zoon van God die tot de wereld komt!