als ge mijn geboden bewaart zult ge één blijven met mijn liefde, zoals ík de geboden van mijn Vader heb bewaard en één blijf met zijn liefde.
11
Dit alles heb ik tot u uitgesproken opdat mijn vreugde in u zal zijn en uw vreugde haar volheid bereikt.
12
Dit is mijn gebod: dat ge elkaar liefhebt zoals ik ú heb liefgehad.
13
Grotere liefde dan deze heeft niemand: dat iemand zijn lijf-en-ziel inzet voor zijn vrienden.
14
Gíj zijt mijn vrienden als ge doet wat ik u gebied;
15
ik noem u niet meer dienaars, omdat de dienaar niet weet wat zijn heer doet; maar u heb ik vrienden genoemd omdat ik aan ú bekend heb gemaakt al wat ik gehoord heb bij mijn Vader.
16
Niet gij hebt mij uitgekozen, nee, ík heb ú uitgekozen en ik heb u ingezet opdat gíj heen gaat en vrucht draagt en uw vrucht blijft,- opdat, wat ge de Vader ook zult vragen in mijn naam, hij u dat zal geven.