Instellingen

9


Zoals de Vader mij heeft liefgehad

heb ík ú liefgehad:
blijft één met mijn liefde;

10


als ge mijn geboden bewaart

zult ge één blijven met mijn liefde,
zoals ík de geboden van mijn Vader
heb bewaard
en één blijf met zijn liefde.

11


Dit alles heb ik tot u uitgesproken

opdat mijn vreugde in u zal zijn
en uw vreugde haar volheid bereikt.

12


Dit is mijn gebod:

dat ge elkaar liefhebt
zoals ik ú heb liefgehad.

13


Grotere liefde dan deze heeft niemand:

dat iemand zijn lijf-en-ziel inzet
voor zijn vrienden.

14


Gíj zijt mijn vrienden

als ge doet wat ik u gebied;

15


ik noem u niet meer dienaars,

omdat de dienaar niet weet
wat zijn heer doet;
maar u heb ik vrienden genoemd
omdat ik aan ú bekend heb gemaakt
al wat ik gehoord heb bij mijn Vader.

16


Niet gij hebt mij uitgekozen,

nee, ík heb ú uitgekozen
en ik heb u ingezet
opdat gíj heen gaat en vrucht draagt
en uw vrucht blijft,-
opdat, wat ge de Vader ook zult vragen
in mijn naam,
hij u dat zal geven.

17


Deze dingen gebied ik u:

dat ge elkaar liefhebt!