Instellingen

20


Als Petrus zich omkeert

kijkt hij ertegenaan dat de leerling
welke Jezus (het meest) heeft liefgehad
(hem) volgt,-
hij die ook bij de maaltijd
tegen zijn borst aan viel en zei
‘heer, wie is het die u prijsgeeft?’

21


Als hij hém dan ziet

zegt Petrus tot Jezus:
Heer, maar wat zal híj?

22


Jezus zegt tot hem:

indien ik wil dat hij blijft totdat ik kom,
is dat iets tegen jou?- jíj: volg mij!

23


Dit woord dan trekt uit

naar de broeders-en-zusters
dat die leerling niet sterft;-
maar Jezus zegt niet tot hem
dat hij niet sterft,
nee,
‘indien ik wil dat hij blijft totdat ik kom,
is dat iets tegen jóu?’

24


Híj is de leerling

die van deze dingen getuigt
en deze dingen heeft beschreven,
en we weten dat zijn getuigenis waar is.